Tekst 4. Onze wijze van evangeliseren

Uitgelicht

Fernando Tapia, Chili

Als diocesane priesters delen we met de hele kerk de enige missie die zij heeft: evangeliseren. Paus Franciscus heeft ons hiervoor een heel duidelijke leidraad gegeven in zijn apostolische aansporing “Evangelii Gaudium”. We maken deze richtlijnen tot de onze en proberen er inspiratie uit te halen voor ons evangelisatiewerk in onze parochies, gemeenschappen, christelijke opleidingscentra, zorgcentra voor de armsten, enz.

Hoe dan ook, de vraag kan gesteld worden of wij als priesters van de Fraterniteit JESUS CARITAS, een aantal eigen accenten kunnen ontwikkelen die ontstaan uit het charisma en de spiritualiteit van broeder Charles. Wij denken van wel. Hier zijn dan enkele van deze accenten.

1. HET MYSTERIE VAN DE INCARNATIE

Onze manier van evangeliseren wordt allereerst gekenmerkt door het mysterie van de incarnatie, een mysterie dat broeder Charles fascineerde en dat aan de basis ligt van zijn spiritualiteit:

“De incarnatie is geworteld in Gods goedheid. Maar vóór alles is er een ding dat zo prachtig, briljant en verbazingwekkend in het oog springt dat het als een oogverblindend teken schijnt: het is de oneindige nederigheid die een dergelijk mysterie omringt. God, de Zijnde, de Oneindige, de Perfectie, de Schepper, de immens Almachtige, de soevereine Heer van allen, die mens wordt, die zich verenigt met een menselijke ziel en lichaam en die op aarde als een mens verschijnt, als de laatste van de mensen” (Br. Charles, Geestelijke geschriften, p. 49.)

De Incarnatie voltrekt zich altijd in een bepaalde tijd, plaats en cultuur. Broeder Charles maakte er hard werk om de cultuur, de taal, de gewoonten, de poëzie, enz. van de Toeareg te kennen. We willen altijd rekening houden met de historische context en met de kenmerken van de tijd en de cultuur waarin we evangeliseren, omdat we ervan overtuigd zijn dat God zijn incarnatie verlengt in elk tijdperk en dat de verrezen Christus tot ons blijft spreken door de tekenen van de tijd, om ons uit te nodigen Zijn Koninkrijk van het Leven verder uit te bouwen.

Gezien het feit dat Christus de wereld binnenkomt via de “deur van de armen”, zoals aartsbisschop Enrique Alvear zei, willen ook wij graag door deze deur binnengaan in ons werk van evangelisatie en van daaruit het Evangelie aan iedereen verkondigen.

2. DE PERIFERIEËN

In de geest van beschikbaarheid voor onze bisschoppen willen we ons prioritair wenden tot de meest verlaten en afgelegen plaatsen van de kerk. De geografische of existentiële periferieën, zoals paus Franciscus het zegt. Het zijn grensplaatsen: gemarginaliseerde bevolkingsgroepen, afgelegen gebieden, vluchtelingenkampen, migranten, drugs-verslaafden, vrijheid beroofden, de uitgeslotenen in het algemeen. Deze nabijheid zal ons toelaten om de kreet van de armen die soms erg zwak, maar ook soms luid klinkt, te horen en er ons in te mengen. Gebruikmakend van de arme middelen, in principe door onze eigen vriendelijke en barmhartige aanwezigheid.

Broeder Charles zegt ons:

‘Voor mij is het altijd zoekend naar de laatste van de laatste plaatsen, om zo klein te zijn als mijn Meester, om bij hem te zijn, stap voor stap achter hem aan te gaan, stap voor stap, als trouwe dienaar, een trouwe discipel en – want in zijn oneindige, onvergelijkbare goedheid is Hij het waard zo te spreken – als een trouwe broer en een trouwe echtgenoot.” (Br. Charles, Geestelijke geschriften, p. 68).

“Dit goddelijke banket, waarvan ik de bedienaar ben, moet niet worden aangericht voor broeders en verwanten of rijke buren, maar voor de lamme, de blinde, de meest verlaten zielen en degenen die geen priesters hebben… Ik heb toestemming gevraagd en gekregen om me in de Algerijnse Sahara te vestigen. (Idem, p.80).

Als we naar meer welvarende plaatsen worden gezonden, willen we maatschappelijk bewustzijnswerkers en bruggenbouwers zijn tussen de rijken en de realiteit van de armen.
We komen als vrienden en broers van de armen. We ontdekken God die al aanwezig is in hun kreten en aspiraties. We laten ons op onze beurt door de armen evangeliseren en ons ministerie door hen verrijken.

3. HET PERSOONLIJKE GETUIGENIS

Overal, maar vooral op de gemarginaliseerde plaatsen, willen we prioritair evangeliseren door middel van een getuigenis van het leven in plaats van met toespraken. Dit getuigenis is gekenmerkt door nabijheid, eenvoud, verwelkoming, vriendelijkheid, belangstelling voor wat er met de andere gebeurt, concrete dienstbaarheid, innerlijke vreugde. Broeder Charles schreef aan een vriend:

“Je wilt weten wat ik kan doen voor de inboorlingen. Het is niet mogelijk om met hen rechtstreeks over Onze Heer te spreken. Dat zou ze wegjagen. We moeten hen vertrouwen inspireren, vrienden van hen maken, hen kleine diensten bewijzen, hen goed advies geven, bevriend met hen raken, hen discreet aansporen om hun natuurlijke religie te volgen, hen laten zien dat christenen van hen houden. (Idem, p. 84).

Reeds tijdens zijn retraite in november 1897, had hij deze manier van evangeliseren met deze uitspraak geformuleerd, woorden die hij in de mond van Jesus legde: “Volbreng uw roeping: verkondig het Evangelie van de daken, niet met uw woorden, maar met uw leven.”

Dit wil niet zeggen dat we het Ministerie van het Woord moeten verwaarlozen. We weten dat dit een essentieel onderdeel is van onze zending, namelijk het wekken en het voeden van het geloof: ‘Geloof komt door de prediking en de prediking door het woord van Christus’ (Rom. 10, 17). Het Tweede Vaticaans Concilie maakt dit duidelijk in het decreet over “Het ministerie en het leven van priesters”: “Het woord van de verlossing wekt het geloof in het hart van de niet-gelovigen en versterkt het in dat van de gelovigen, en met het geloof start en ontwikkelt zich de gemeenschap van de gelovigen.”(“Presbyterorum Ordinis, nr. 4.)

4. ONZE KEUZE VOOR DE FRATERNITEIT

Door onze keuze voor broederlijkheid, geven we de voorkeur aan teamwork met andere priesters – al dan niet tot onze Fraterniteit behorend – met religieuzen, diakens en leken. We willen meer broeders zijn dan tirannen, leraren of heren, zoals het Concilie het uitdrukt: “Priesters leven met andere mensen als broeders.” (Presbyterorum ordinis, nr. 3) Broeder Charles is het Concilie in dit verband voor geweest wanneer hij werk met de leken zoekt te bevorderen en te waarderen:

“Naast de priesters zijn de Priscilla’s en Aquila’s noodzakelijk om degenen te ontmoeten die de priester niet ontmoet, om door te dringen tot waar hij niet kan doordringen, om naar degenen te gaan die hem ontvluchten, om te evangeliseren door weldoende contacten, met een overvloed aan goedheid, een genegenheid die altijd klaar staat om zichzelf te geven, een goed voorbeeld dat degenen aantrekt die de priester de rug toekeren en principieel vijandig tegenover hem staan.” (Assekrem, 3 mei 1912).

Om dezelfde reden willen we tijd spenderen aan de vorming van de leken, aan hun spirituele begeleiding en aan het ondersteunen van vormen van broederlijke gemeenschappen, en dit met respect voor het ritme van elke persoon.

Evenzeer geloven wij dat onze optie voor fraterniteit een valorisatie is van een manier van leven: een universele broederschap, gekenmerkt door vriendschap, wederkerigheid en dialoog.

Evenzeer leidt onze keuze voor fraterniteit ons ertoe om de deelname van de leken aan het pastorale management van onze parochies te bevorderen, en om elke vorm van autoritarisme en klerikalisme van onze kant en elke vorm van passiviteit van de kant van de leken te vermijden. Het bestaan van Pastorale Raden, Adviescomités voor economische zaken, Teams om de verschillende pastorale sectoren te animeren, Parochieraden, Pastorale plannen die samen worden uitgevoerd, enz. zouden het onderscheidend kenmerk moeten zijn van de parochies of van de pastorale structuren die aan onze zorgen zijn toevertrouwd.

5. GEESTELIJK LEVEN EN EUCHARISTIE

Deze manier van evangeliseren impliceert voor ieder van ons een zeer diepgaand geestelijk leven dat ons ertoe brengt Jezus in de evangeliën te contempleren. Zo worden we meer en meer met Hem geconfigureerd, dankzij de actie van de Heilige Geest in ons. Het zal ons in staat stellen om in de dynamiek van de “kenosis” te treden, de afdaling, de verlatenheid, de onteigening, eigen aan het mysterie van de Incarnatie. Dit sluit in dat we omwille van Hem afstand doen van veel dingen, uit trouw aan het Evangelie: vooroordelen, materiële goederen, prestige, zoeken naar macht, veiligheid, enz. De Heilige Geest zal ons de innerlijke vrijheid geven om nieuwe wegen en ruimten te vinden in de taak van het evangeliseren van de Kerk, steeds zoekend naar de wil van de Vader, met oneindig vertrouwen.

Onze missionaire dynamiek, vooral om de moeilijkste plaatsen te bereiken en het er uit te houden, wordt ondersteund door de viering van de Eucharistie, door de dagelijkse aanbidding en door de andere middelen van geestelijke groei die typisch zijn voor onze Fraterniteit. Ze helpen ons om ons bewust te worden van Gods oneindige liefde voor ons, van zijn trouw en zijn barmhartigheid, en geven ons energie voor onze missie.

De Eucharistie moet voor ons een manier van leven worden, gekenmerkt door het delen van het brood, van persoonlijke verhalen en van het woord, zelfs met mensen uit andere religieuze tradities.

Een soortgelijke spirituele ervaring moet worden bevorderd onder de leken als we onze parochies willen transformeren naar de zendingsoriëntatie die paus Franciscus wil: een kerk onderweg die zonder angst om gekwetst of bevuild te worden door de modder waarop ze stuit, op zoek gaat naar degenen die veraf staan en die afgewezen worden door de samenleving. (Paus Franciscus, Evangelii Gaudium, nr. 28)

Aan de andere kant stelt de Eucharistie ons open om deel te nemen aan het steeds groter wordend kerkelijke lichaam. We willen ons er terdege van bewust zijn dat evangelisatie een gedeelde missie is, samen met het hele bisdom en met de universele kerk. Als diocesane priesters willen we ons als eersten sterk betrokken weten bij het presbyterium, met zijn bisschop aan het hoofd, ter ondersteuning van de uitvoering en de implementatie van de bisdomprojecten waaraan we bijdragen door ons charisma en onze pastorale accenten.

VOOR PERSOONLIJKE REFLECTIE EN GEBED.

  1. Wilt u een punt toevoegen aan dit document?
  2. Evolueert mijn pastorale structuur (parochie, opleidingscentrum, enz.) volgens deze oriëntatie?
  3. Wat moet onze persoonlijke levensstijl kenmerken om in overeenstemming te zijn met deze manier van evangeliseren?

PDF: Tekst 4 – Onze wijze van evangeliseren – NL

Tekst 3. FUNDAMENTEN VOOR EEN SPITITUALITEIT GEINSPIREERD DOOR CHARLES DE FOUCAULD

Uitgelicht

Pr. Nabons-Wendé Honoré SAVADOGO, Burkina

Charles de Foucauld “heeft een weg van verandering bewandeld om zich de broer van alle mannen en vrouwen te voelen. [..] Hij heeft zijn verlangen naar de totale overgave van zijn persoon aan God, georiënteerd (omgebogen) naar de identificatie met de geringsten en de meest verlatenen in de diepte van de Afrikaanse woestijn. Fratelli tutti, 286-287

De diversiteit van de spirituele familie van Charles de Foucauld is indrukwekkend. Ze bestaat uit alle verschillende vormen van het christelijk leven: leken, actieve en contemplatieve religieuzen, geconsacreerde leken, priesters en bisschoppen. Allen slagen zij erin om een rijke en relevante inspiratie te putten uit de spirituele ervaring van broeder Charles. We vergeten daarbij vaak de niet-christenen en zij die geen sterke religieuze praktijk hebben, maar die zich eveneens geïnspireerd weten door Charles’ ervaring.

Het geheim van zo’n grenzen overstijgende spirituele diepte is op de eerste plaats de trouw aan het Evangelie. Hoe nauwer iemands leven aansluit bij het Evangelie, hoe aantrekkelijker en relevanter het is voor alle christenen. Naast deze trouw aan het Evangelie, beleefde broeder Charles alle vormen van het christelijk leven: als trouwe leek die zijn geloof verloor en weer herwon, als contemplatieve monnik en kluizenaar, als ‘vrije’ diocesane priester, maar ook als religieus op zijn eigen manier, als buitengewone missionaris. De diepte van de spirituele ervaring van Charles de Foucauld impliceert het bestaan van een gemeenschappelijke basis voor iedereen die beweert tot zijn spirituele familie te behoren. Al deze elementen (de auteur somt er zeven op – NVDV) mogen niet ontbreken in het spirituele leven van iedereen die Jezus in de voetsporen van het Foucauldiaans model wil volgen.

1. Een spiritualiteit van het hart: godsdienst wordt een liefdesavontuur

Eerst en vooral is er liefde en genade. Het hart, de zetel en het symbool van de liefde, is het embleem van broeder Charles. Het is het centrale, onderscheidende en specifieke element van zijn spiritualiteit. Sinds zijn bekering wil hij dat zijn hart als dat van Christus zou worden. Gedurende zijn heel turbulente leven heeft hij alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat zijn hart transformeert en zich uitbreidt volgens de oneindige grenzen van het Heilige Hart van Jezus. Deze onverzadigbare liefde voor God en de mensen is de belangrijkste reden voor alle onverwachte veranderingen en transformaties in zijn leven. In zijn gebed houdt hij nooit op Jezus aan te roepen om diens heerschappij van liefde in deze wereld te brengen. We zijn kennen allen broeder Charles’ gebed van overgave, maar een aanroeping die heel vaak op zijn lippen kwam, was deze: “COR JESU sacratissimum, adveniat Regnum tuum!” (Heilig Hart van Jezus, moge uw Rijk komen!). Zelf zei hij graag dat het fundament van de religie en het geestelijk leven het hart en de liefde is. Wat hij schreef in de regel voor de congregatie die hij wilde stichten, is nog steeds geldig voor iedereen die hem wil volgen: “Laten we branden van liefde zoals het Hart van Jezus!… Laten we houden van alle mensen ‘gemaakt naar het beeld van God’, zoals dit Hart dat zo sterk van de mensen hield!” 1 Laten we God liefhebben, wiens opdracht wij vervullen van de mensen te houden. Alleen omwille van Hemzelf moeten wij Hem liefhebben. Laten we zo goed als we kunnen God liefhebben zoals het Hart van Jezus Hem liefheeft!» 2 Met het oog op die liefde was Charles de Foucauld ervan overtuigd dat men grenzeloos moet liefhebben zonder enige beperking. Hij drukt het zo uit: “Liefde is de perfectie; men kan alles overtreffen behalve de liefde: in de liefde kan men nooit ver genoeg gaan.» 3

2. De Eucharistie gevierd, aanbeden en beleefd

We kunnen de bevoorrechte uitdrukking van het Tweede Vaticaans Concilie aanwenden om te zeggen dat de Eucharistie ‘de bron en het hoogtepunt’ is van alle spirituele ervaring van Charles de Foucauld. De tegenwoordigheid van de Eucharistie is daarbij het fundament, de pijler en de onafwendbare noodzakelijkheid. Zo kan men stellen dat zijn leven tot een unieke doorleefde contemplatie van de eucharistie geworden is, tot een steeds dieper gaande beleving ervan.

De Eucharistie markeerde van begin tot eind alles wat hij geestelijk meemaakte: zijn bekering, zijn gebed, zijn relatie met Jezus, het turbulente traject van zijn roeping, zijn pastoraal van goedheid, zijn universele broederschap, zijn visie op missie, zijn aanwezigheid in de Sahara, alle momenten van zijn leven, zelf zijn dood…

Men kan geen discipel van broeder Charles zijn zonder een steeds toenemende liefde voor Jezus in de Eucharistie aanwezig en aanbeden. Ondanks zijn grote eucharistische toewijding bleef hij besluiten maken om nog meer van de Eucharistie te houden. Net als hij moeten ook wij voortdurend onze liefde voor de Eucharistie vernieuwen. We moeten ons zijn besluit eigen maken dat hij geformuleerd heeft tijdens een van zijn vele spirituele retraites: “Aan de voet van het heilig sacrament vertoeven zolang de wil van God, d.w.z. een zeer duidelijke plicht, mij niet dwingt om ervan af te wijken… […] “Nooit nalaten om de heilige communie te ontvangen, onder geen enkel voorwendsel”4.

3. Universele Broederschap

De zalige Charles de Foucauld vond in de Eucharistie de bron van universele broederschap. Nadat hij duidelijk heeft gezien dat ieder mens op de een of andere manier een deel is, een lid van het eucharistische lichaam van Christus, leidde hij daaruit de noodzaak af om alle mensen zonder onderscheid lief te hebben: “we moeten alle mensen liefhebben, ze vereren, respecteren, zonder onderscheid, omdat allen lid zijn van Jezus, deel van Jezus uitmaken… » 5. Gezien het feit dat de Eucharistie het sacrament is waar Gods liefde zich tot uit uiterste manifesteerde, denkt hij dat de beleving ervan ons teder, goed en vol liefde voor alle mensen moet maken. Paus Franciscus heeft ons broeder Charles aangeraden als een voorbeeld van broederschap en universele vriendschap met deze woorden: Charles de Foucauld “is een weg van bekering gegaan om zich broer van alle mensen te voelen. [..] Hij heeft zijn verlangen naar de totale overgave van zijn persoon aan God, georiënteerd naar de identificatie met de geringsten en de verlatenen, in de diepte van de Afrikaanse woestijn. Fratelli tutti, 286-287. Het is een onvermijdelijke uitdaging voor elke discipel van broeder Charles om deze transformatie universele broeder te worden, tot de zijne te maken; tot iemand die onvermoeibaar streeft naar een liefde zonder grenzen, teneinde een universele broeder van alle mannen en vrouwen te worden.

4. De liefde voor de armsten

Voor broeder Charles moet de aanbidding en de tederheid die we hebben voor het Lichaam van Christus in de viering en de aanbidding van de Heilige Eucharistie, leiden tot dezelfde eerbied en tederheid voor de armen. Hij had de intuïtie dat elke keer als we zeggen “dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed,” het dezélfde Heer is die in de gelijkenis van het Laatste Oordeel benadrukt: “Wat je aan de minsten van de mijnen deed, dat deed je aan Mij.” Als tijdens zijn langdurende uitstelling van het Heilig Sacrament in Béni Abbès, iemand aan zijn deur kwam kloppen, verliet hij het Tabernakel om de persoon te gaan ontmoeten die hem kwam bezoeken. Het is dezelfde Christus die hij ontmoette in het Heiig Sacrament als in de arme die hem kwam opzoeken. Om bij de armsten nabij te kunnen blijven, om de meest afgelegen zielen te kunnen bereiken, heeft hij enorme offers gebracht: de eenzaamheid, de armoede, de onzekerheid, de onmogelijkheid om de eucharistie te kunnen celebreren…

5. Soberheid in het leven : boetedoening, nederigheid, armoede, delen

Om Jezus te imiteren die door zijn incarnatie en het kruisoffer wou afdalen op zoek naar de laatste plaats, heeft Charles de Foucauld een leven van vernedering en intense versterving geleid. Hoewel hij soms in zijn leven gedwongen werd zijn verstervingen te verzachten, bleef broeder Charles zijn hele leven lang een grote asceet. Boetedoening en verstervingen zijn niet langer altijd vereist in onze geestelijke praktijken en in onze consumptieve wereld, maar de figuur van broeder Charles herinnert ons voortdurend aan Jezus’ uitnodiging om hem te volgen in zijn afdaling in onze menselijkheid en zijn kruisoffer. Hoe kan men aanspraak maken op zijn spirituele school zonder een bepaalde dosis boetedoening of op zijn minst soberheid? We hebben zo hard behoefte aan soberheid om tegen de stroom van het consumentisme in te roeien dat zo sterk de schoonheid van onze wereld verminkt en dreigt onze moeder aarde te vernietigen. Een spiritualiteit van boetedoening en soberheid is een waar tegengif voor elk buitensporig en beledigend gebruik van de goederen die de goddelijke Voorzienigheid ons ter beschikking stelt.

6. Het contempleren van de schoonheid van God in de natuur

We hebben hierboven gezegd dat het leven van Charles zich ontvouwde als een voortdurende contemplatie van Jezus’ aanwezigheid in de Eucharistie en de Heilige Schrift. Elke dag besteedde Charles vele uren om God te overdenken, om met liefde en tederheid naar hem te kijken in gebed. Hij was een persoon die altijd verliefd was op de pracht en schoonheid van Gods oneindige liefde. Ondanks dit intense leven van contemplatie (van God) was Charles niet onverschillig voor de natuur. Hij wist er de pracht van de goddelijke schoonheid in te vinden. Hij heeft dit gevoel van schoonheid in de schepping gedurende zijn hele leven bewaard. Hij zei: “Laten we de pracht van de natuur bewonderen, alles is zo mooi en zo goed, want het is het werk van God. Die pracht leidt ons tot het bewonderen en de lof voor de auteur ervan. Als de natuur, de mens, de deugd, als de ziel al zo mooi is, hoe mooi moet dan niet Diegene zijn wier schoonheid zich nog maar als een bleke reflectie van hem daarin weerspiegelt!”

(Meditatie op Psalmen, p. 66 of: Ch. d. Foucauld, Encounters – thema’s, Nouvelle Cité, 2016. Hoofdstuk: Schoonheid)

7. Een bestendige missionaire ijver

Het geestelijke leven van broeder Charles werd gekenmerkt door een niet aflatende missionaire ijver. Van zodra hij ontdekte dat zijn roeping erin bestond om een missionaris te zijn van het eucharistische gastmaal voor de armsten, de meest verwijderden en hongerigen – vandaag zouden we spreken van de meest “periferischen” – heeft hij nooit opgehouden te bidden en werken voor de missie. Om het Evangelie te laten kennen en verkondigen, zei hij bereid te zijn alles op te offeren om “naar het uiteinde van de wereld te gaan en tot de laatste dag te willen leven”…». 6 Welke vorm onze staat van leven ook aanneemt, kunnen wij broeder Charles wel op authentieke wijze volgen zonder te verlangen dat het Evangelie en de Eucharistie tot het einde van de wereld bekend en geliefd zijn?

Om te besluiten zoals we begonnen zijn, laten we herbevestigen dat we met Charles de Foucauld te maken hebben met een bijna onuitputtelijke spiritualiteit, juist vanwege de directe connectie ervan met het Evangelie. We hebben slechts enkele van de fundamentele elementen van zijn spirituele ervaring geschetst. Het is aan elk individu om na te gaan welke de plaats en de omvang is van deze centrale en fundamentele elementen in het eigen persoonlijk spiritueel leven. Hun aanwezigheid en de verdieping ervan kunnen een indicatie zijn van de authenticiteit van onze trouw aan broeder Charles’ spirituele ervaring.

Ouahigouya (Burkina Faso), december 2020.
Pr. Savadogo Nabons-Wendé Honoré

PDF: Tekst 3 ned. Fundamenten spiritualiteit Ch de F_

Tekst 2: Biografische. Voorbereiding op de heiligverklaring van broeder Charles

Uitgelicht

DE BELANGRIJKSTE BIOGRAFISCHE KENMERKEN VAN CHARLES DE FOUCAULD

Ab. Nabons-Wendé Honoré SAVADOGO, Burkina

Een wees omringd door genegenheid

Graaf Charles-Eugène de Foucauld werd geboren in Straatsburg op 15 september 1858 als zoon van François Édouard, adjunct-inspecteur van Waters en Bossen, en Elisabeth Marie Beaudet de Morlet. Hij had slechts één zusje, Marie, geboren op 13 augustus 1861.

Charles’ kindsheid werd gekenmerkt door rouw. In 1864, op 6-jarige leeftijd, verloor hij zijn moeder als gevolg van een miskraam, op 13 maart zijn vader op 9 augustus en zijn grootmoeder van vaders kant in oktober. Charles en zijn zus werden opgevoed door hun grootvader, kolonel de Morlet, die hun kindsheid met warme genegenheid omringde. Hun kindsheid werd ook gekenmerkt door de genegenheid van de familie van zijn tante van vaders kant, de Moitessiers. Charles smeedde vooral een solide en diepe vriendschap met zijn nicht Marie Moitessier, die een doorslaggevende rol zou spelen in zijn menselijke en spirituele groei. Zijn grootvader verzekerde hem van een goede christelijke opvoeding. Hij deed zijn eerste communie en zijn vormsel op 27 april 1872.

Het verlies van zijn geloof en het terugvinden ervan

Charles werd toegelaten tot het Lyceum van Nancy in 1872 en de Militaire School van Saint-Cyr in 1876 en verloor gedurende ongeveer 12 jaar zijn geloof. Deze fase van zijn leven werd gekenmerkt door excessen en afwijkingen in zijn gedrag. De dood van zijn grootvader op 3 februari 1878 verslechterde zijn situatie. Charles zonk toen weg in luiheid, traagheid, verveling, gebrek aan discipline, middelmatigheid, buitensporige feesten en gekke financiële uitgaven. Hij raakte zelfs gehecht aan een vrouw, Marie C, en maakte haar tot zijn concubine.

Omdat hij een slecht gedisciplineerde maar moedige soldaat was, verveelde Charles zich en verliet hij uiteindelijk het leger in 1882 om zich te wijden aan het verkennen van Marokko. De glans van het succes bracht hem terug in de achting en bewondering van zijn familie en van de samenleving. Hij wordt nu gedreven door een morele en religieuze zoektocht. De genegenheid en het geloof van zijn familie ondersteunden hem in zijn steeds intensere religieuze zoektocht: “Mijn God, als je bestaat, laat me je dan kennen!”. Hij ontmoet abbé Huvélin in de Sint-Augustinus-kerk in Parijs om over religie te praten, maar deze nodigt hem uit om te communiceren en te biechten. Charles de Foucauld bekeerde zich aldus eind oktober 1986 en zijn relatie met God zal geleidelijk vol liefde, tederheid en totale overgave aan God worden.

Een trappist en een onbuigzame navolger van Jezus van Nazareth

In 1890, amper drie jaar na zijn bekering, sloot hij zich aan bij de trappisten in de Notre-Dame des Neiges en vervolgens in de Notre-Dame du Sacré-Coeur in Akbès (Syrië). Maar zeer ontevreden over het feit dat hij de extreme armoede van Jezus in Nazareth niet kon vinden bij de trappisten en sterk verlangend een communiteit te stichten om dit ideaal ten volle te beleven, verliet hij het leven van de trappisten in januari 1897. Onder de waarschuwende leiding van zijn geestelijke begeleider, abbé Henri Huvelin, ging hij naar het Heilige Land en werd hij tuinman bij de Arme Clara-nonnen in Nazareth om het verborgen leven van de arme Jezus te imiteren, gedepouilleerd van alles, op zoek naar de laatste plaats.

De ontdekking van zijn priesterlijke en missionaire roeping

Bijna drie jaar lang beoefende Charles de Foucauld dagelijks veel uren eucharistische aanbidding, meditatie over het Heilig Evangelie en theologische lectuur. Er vinden dan zeer belangrijke veranderingen plaats in de perceptie van zijn roeping en van het sacrament van de eucharistie. Hij beseft dat er niets God meer verheerlijkt hier op aarde dan de aanwezigheid en het offer van de heilige eucharistie. Hij is er ook van overtuigd dat een mens Jezus nooit perfecter kan imiteren dan wanneer hij zijn offer aanbiedt of de sacramenten toedient. Charles keerde terug naar Notre-Dame des Neiges om zich voor te bereiden op het priesterschap. De retraites voor de diaken- en priesterwijding brachten hem de overtuiging bij dat de eucharistie een banket is dat bij de allerarmsten moet gebracht worden. Het vereist een universele broederschap met alle mensen, in het bijzonder met degenen die het verst af wonen. Vanaf dat moment wil hij zijn roeping om Jezus in Nazareth na te volgen niet langer in het Heilige Land beleven, maar te midden van de meest verwaarloosde schapen, die van Marokko.

De evangelische ontginning van de Sahara door vriendschap en vriendelijkheid

Diocesane priester gewijd op 9 juni 1901 aan het grootseminarie van Viviers, wilde hij naar Marokko gaan en vestigde zich daarvoor in Beni-Abbès, op het kruispunt aan de grens tussen Algerije en Marokko. Broeder Charles leefde in de Sahara een evangelische ontginning door vriendschap en vriendelijkheid. In Beni-Abbès begon hij met het leiden van een intens contemplatief leven in een grote broederlijke beschikbaarheid voor iedereen die zich in zijn Fraterniteit presenteerde: de karavanen, de soldaten en officieren, de eenvoudige reizigers, de slaven en vooral de armsten en meest behoeftigen.

Om de evangelisatie van de Toearegs te beginnen, nam hij deel aan pastorale reizen op het ritme van militaire missies. Zo wilde hij het vertrouwen van de bevolking winnen en vriendschap met hen aangaan. Hij vestigde zich later tussen de Toearegs in Tamanrasset in mei 1905 vanwaar hij pastorale reizen maakte. Hij incarneerde zich in hun cultuur door hun taal en cultuur te leren en door het Heilige Evangelie en enkele passages uit het Oude Testament in het Toeareg te vertalen. Charles verrichtte ook belangrijk taalkundig werk, waaronder de realisatie van een elementaire grammatica en twee lexicons: Toeareg-Frans, Frans-Toeareg. Ondanks veel moeilijkheden verzaakte Charles niet aan zijn aanwezigheid onder de Toearegs, die hij in deze termen samenvatte:

Vooreerst Jezus, Jezus in het Allerheiligste Sacrament in hun midden brengen, Jezus die elke dag neerdaalt in het Heilig Offer; verder ook het gebed in hun midden plaatsen, het gebed van de Kerk, hoe ellendig degene ook is die het uitspreekt … ; verder komt het er ook op aan om deze onwetende mensen te laten zien dat christenen niet zijn wat zij veronderstellen, dat we geloven, liefhebben en hopen; tenslotte gaat het erom om het vertrouwen van de zielen te winnen, in vriendschap, hen vertrouwelijk nabij te zijn (apprivoiser), zo mogelijk hen tot vrienden te maken; zodat anderen na deze eerste benadering nog meer goed kunnen doen voor deze arme mensen.1

Het was onder de Toearegs dat Charles de Foucauld op vrijdag 1 december 1916 stierf, vermoord door senousieten die zijn woning kwamen plunderen en hem gijzelden. Hij werd zalig verklaard door paus Benedictus XVI op 13 november 2005 en heilig verklaard door paus Franciscus op xxxxxx 2021.

DE ACTUALITEIT VAN CHARLES DE FOUCAULDS GEESTELIJKE ERVARING

Een veelvoud aan “volgelingen”

Na 15 jaar pastoraal werk in de Sahara, maakte Charles de Foucauld nauwelijks bekeerlingen. Zijn vurig verlangen om een ​​religieuze gemeenschap te stichten die de volmaakte navolging van Jezus van Nazareth zou naleven, had geen succes. Ondanks deze schijnbare mislukking werden het leven en de dood van broeder Charles door de Heer zelf vruchtbaar gemaakt. Zo komt het dat veel discipelen van Christus geïnspireerd zijn door Foucaulds spirituele ervaring, gebaseerd op het vieren, het aanbidden en het doorleven van de eucharistie, op de universele broederschap, op het dagelijks luisteren naar en bemediteren van het evangelie, op de totale vertrouwvolle overgave aan de wil van de Vader, op het vurig verlangen om Christus naar de armsten en de verst verwijderde mensen te brengen.

Transformatie door middel van de eucharistie

De spirituele ervaring van Charles de Foucauld is als een licht dat de Heer vandaag aan zijn kerk aanbiedt om haar vooruitgang te verlichten. De intense eucharistische devotie die hij ons voorhoudt, is een effectief middel om onze eucharistische vieringen en aanbiddingen te beleven in het licht van de frisheid van de conciliaire hervorming van Vaticanum II. In de school van broeder Charles kan men niet deelnemen aan de eucharistie zonder een diepe verbondenheid met Christus te beleven die ons opent voor alle mensen, in het bijzonder voor de armsten en de meest verwijderden. Zijn model van eucharistische aanbidding nodigt ons uit om naar het Woord van God te luisteren teneinde omvormd te worden door het imiteren van Jezus’ deugden.

Een model van evangelisatie in een situatie van secularisatie en religieus fundamentalisme

De relevantie van broeder Charles komt ook tot uiting in zijn model van evangelisatie. Temidden van een sterke moslimwereld waar hij niet openlijk kon uitnodigen in Jezus te geloven, wilde Charles de Foucauld zijn Meester verkondigen door vriendelijkheid en vriendschap te beleven met iedereen die hij ontmoette. Is het niet deze broederlijke, vriendelijke en tedere aanwezigheid die we nodig hebben om van Jezus te getuigen in onze steeds meer geseculariseerde wereld?

Broeder Charles zag zijn moslimbroeders radicaliseren: “Het is de islamisering van Hoggar, […] … Het is een zeer ernstig feit […] , als over een paar jaar de Tuatiaanse mosliminvloed het overneemt, zal er een diepe en blijvende vijandigheid komen… ”². De houding van broeder Charles ten opzichte van religieus fundamentalisme die tegenwoordig zo wijdverbreid is, is voor ons relevanter en inspirerender dan ooit. Of we nu in dialoog zijn of in vriendschap met moslims, of we nu het slachtoffer zijn van fundamentalisme, we hebben nood aan vriendschap, dialoog en heldere kennis van de andere om hem te ‘begrijpen’, nood aan vriendelijkheid en tederheid om de eenheid des harten te bevorderen.

De relevantie van broeder Charles komt ook tot uiting in zijn model van evangelisatie. Temidden van een sterke moslimwereld waar hij niet openlijk kon uitnodigen om in Jezus te geloven, wilde Charles de Foucauld zijn Meester verkondigen door vriendelijkheid en vriendschap te beleven met iedereen die hij ontmoette. Is het niet deze broederlijke, vriendelijke en tedere aanwezigheid die we nodig hebben om van Jezus te getuigen in onze steeds meer geseculariseerde wereld?

Patroonheilige van de periferieën en van de universele broederschap

Het leergezag van paus Franciscus nodigt ons uit om naar de existentiële periferieën van de mensen te gaan om ze allemaal – vooral de meest afgelegen en uitgeslotenen – tot onze broeders en zusters te maken. In broeder Charles vinden we de specialist, de patroonheilige van de ‘periferieën’ en van de universele broederschap. Dit is wat hij beleefde en leerde: “we moeten alle mensen even sterk liefhebben, rijk en arm, gelukkig en ongelukkig, gezond en ziek, goed en slecht, omdat ze allemaal leden zijn van het mystieke lichaam van Jezus (nabije of verre materie), en daarom leden van Jezus, een deel van hem, dat wil zeggen oneindig eerbiedwaardig, beminnelijk en heilig ”³.

Een hemelse vriend die begeleidt en uitdaagt

Charles de Foucauld is vandaag vooral relevant omdat zijn aanwezigheid bij God in de immense menigte heiligen, de vervulling is van de universele broederschap die hij zocht. Zijn deelname aan de heerlijkheid en het voorspreken van Christus, brengt hem aldus dagelijks aanwezig en actief in het leven bij ons en in dat van de kerk. Ieder van ons kan zich afvragen: welke vruchten heeft de vriendschap met broeder Charles in mijn leven gedragen? Zijn er aspecten van mijn leven waarin broeder Charles ons uitdaagt te veranderen?

Heilige Charles, bid voor ons!

Heilige Charles de Foucauld, bid voor ons, help ons om ons volledig aan de Vader over te geven, “zonder voorbehoud, met een oneindig vertrouwen”, want hij is onze Vader en jij, jij bent onze vriend. Heilige Charles de Foucauld, bid voor ons!

PDF: Text 2, NEER, Biografie

Text 1, De heiligverklaring van broeder Charles en onze optie voor de armen

Uitgelicht

PRIESTERFRATERNITEIT JEZUS CARITAS

DE HEILIGVERKLARING VAN BROEDER CHARLES VOORBEREIDEN

THEMA 1: DE HEILIGVERKLARING VAN BROEDER CHARLES EN ONZE OPTIE VOOR DE ARMEN

Fernando Tapia Miranda
Internationaal team

“De pandemie heeft de moeilijke situatie van de armen en de grote ongelijkheden in onze wereld blootgelegd”, zei paus Franciscus op 19 augustus. En hij voegde eraan toe: “Als het virus geen onderscheid maakt tussen de getroffen personen, is het op zijn verwoestende pad geconfronteerd met grote ongelijkheden en discriminaties. En het heeft deze vergroot!”

Dit betekent dat de armen vandaag de dag meer lijden dan voorheen, door gebrek aan gezondheidszorg, werkloosheid en honger.

De Heilige Vader erkent dat de reactie op de pandemie tweeledig moet zijn: aan de ene kant “is het essentieel om het tegengif te vinden voor een klein maar verschrikkelijk destructief virus, dat zijn net over de hele wereld verspreidt”, en aan de andere kant, voegt de paus eraan toe, “we moeten genezen van een ander groot virus, dat van het sociaal onrecht, de ongelijkheid van kansen, de marginalisatie en het gebrek aan bescherming van de zwaksten”.

Deze situatie stimuleert ons om onze evangelische optie voor de armen opnieuw te bevestigen. Franciscus zegt in zijn catechese: “Geloof, hoop en liefde drijven ons noodzakelijkerwijs naar deze voorkeur voor de meest behoeftigen, deze gaat verder dan de pure hulp die noodzakelijk is. Het houdt in dat we samen op weg gaan, dat we onszelf laten evangeliseren door hen, die de lijdende Christus goed kennen, en dat we onszelf laten ‘besmetten’ door hun ervaring van verlossing, door hun wijsheid en hun creativiteit. Delen met de armen betekent elkaar wederzijds verrijken. En als er zieke sociale structuren zijn die hen ervan weerhouden van een toekomst te dromen, dan moeten we samenwerken om ze te genezen en te transformeren.” (Wie zou hier niet de manier van evangeliseren van broeder Charles in herkennen?)

De Heilige Vader bevestigt dat “de pandemie een crisis is en uit een crisis komen we niet op dezelfde manier: we komen er beter uit, of we komen er slechter uit. We zouden er beter moeten uit komen als het gaat om sociaal onrecht en om de aantasting van het milieu.”

De heiligverklaring van broeder Charles vindt in deze context plaats en het is geen toeval. Door deze genadevolle gebeurtenis wil God in de ogen van allen een man, een gelovige, een pastor, een missionaris plaatsen die zichzelf met lichaam en ziel gaf aan de armsten en meest verlatenen van zijn tijd, de Toearegs. Hij werd een van hen, ging met hen op weg, liet zich door hen evangeliseren. Heiligheid komt vandaag door de voorkeursoptie voor de armen.

Als we de heiligverklaring van broeder Charles zo goed mogelijk willen voorbereiden en vieren, is het niet om broeder Charles te verheerlijken, maar om in de hele kerk een actieve en proactieve liefde voor de kleinsten en de laatsten te versterken, wat vandaag de dag meer dan ooit nodig is. De paus zegt in Evangelii Gaudium: “De schoonheid van het evangelie kan door ons niet altijd correct worden gemani-festeerd, maar er is één teken dat nooit mag ontbreken: de optie voor de laatsten, voor degenen die de samenleving afwijst en uitsluit.”(EG 165)

Wij, de geestelijke familie van broeder Charles, hebben zijn charisma verwelkomd als een genade, die bovendien in deze context van pandemie een update en een bijzondere bevestiging krijgt. We kunnen dit niet verborgen houden, negeren of onvruchtbaar achterlaten. “Verlevendig de gave Gods die in u is”, zei de heilige Paulus tegen Timotheüs. Dit is de uitnodiging die onze Broeder en Heer Jezus ons vandaag geeft om bij te dragen aan de grote vernieuwing van de Kerk die de Heilige Geest aandrijft door paus Franciscus. We hebben dus een grote verant-woordelijkheid. De heiligverklaring van broeder Charles is een unieke kans om in deze richting vooruitgang te boeken.

Voor persoonlijke – of groepsreflectie en gebed:

• Zie ik een verband tussen onze keuze voor de armen, de vernieuwing van de kerk gedreven door paus Franciscus en de heiligverklaring van broeder Charles?
• Welke oproepen tot bekering stuurt de Heer ons door deze heiligverklaring?
• Wat zal mijn bijdrage zijn zodat de heiligverklaring alle vruchten draagt ​​die de Heer ervan verwacht?

Santiago de Chile, 10 september 2020

PDF: Text 1, fläm., De heiligverklaring van broeder Charles en onze optie voor de armen

ALLES IS GENADE. De laatste brief van Antoine CHATELARD

kleine broeder van Jezus

Alles is genade! Het is ons gegeven om KERSTMIS en het nieuwe jaar te verwelkomen op hetzelfde moment als Covid 19. Édouard en Paul-François testten gisteren (maandagavond) positief, Immanuel en ik negatief, en dit na het bezoek van een nichtje van Edward die op 16 en 17 december uit Parijs kwam. Dus organiseren we ons met betrekking tot de nieuwe situatie zonder te weten wat de komende dagen ons zullen brengen.

Dank voor uw nieuws en uw wensen. Bijna allemaal bereiken ze mij na een stille periode die wordt verklaard door de gebeurtenissen van dit bijzonder jaar die de normale gewoonten en relaties bevragen. Het is ook een nieuwe manier om ons verleden te herbeleven door de jaren heen, waarbij het vieren met historische figuren sporen heeft achtergelaten die mijn geschiedenis niet hadden gemarkeerd toen ik weg was van Frankrijk en zonder de informatiemogelijkheden die we nu hebben.

Aan degenen die vragen hebben over mijn bezigheden en over mijn nieuw boek moet ik zeggen dat het pas zal verschijnen wanneer de datum van de heiligverklaring (van Charles de Foucauld) wordt aangekondigd en dit om voor de hand liggende commerciële redenen. De kopie is reeds meer dan een jaar bij de uitgever en zal alleen handelen over Charles de Foucauld in Tamanrasset. Het boek begint met de geschiedenis van de Assekrem waar hij slechts een paar maanden verbleef in 1911 en waar we bij de bron van de vragen komen over zijn echte motivatie. Daarop volgt een hoofdstuk over zijn activiteiten tijdens het daarop volgend jaar in Tamanrasset (1912), typisch voor zijn opvatting over wereldse zaken. Hoofdstuk 3 zal beperkt blijven tot de enig geprogrammeerde tocht naar Marseille in 1913 met een jonge Toeareg waarover nooit iemand eerder heeft gesproken, zelfs niet in de meest recente boeken. Tot slot, in een laatste hoofdstuk, volgt de beschrijving van één dag in Tamanrasset (1/12/1913). De poging om zijn door hem herzien en gecorrigeerd gebruik van de tijd te volgen, zal ons toelaten hem te zien leven in zijn verschillende bezigheden.

Dit zal slechts een inleiding zijn tot andere onderwerpen die verdienen te worden op punt gesteld en die ons een niet altijd voor de hand liggende vorm van heiligheid kunnen onthullen. Ik verneem nu dat onze paus Franciscus niet alleen zijn encycliek Tutti fratelli heeft afgesloten door over Foucauld te spreken, maar dat hij zojuist een biografie van deze toekomstige heilige heeft aangeboden aan de leden van de Romeinse Curie, zonder te zeggen welk boek het is. Door het beëindigen van “Fratelli tutti” met het vermelden van onze broeder Charles, moedigde hij me aan om mijn werk voort te zetten om nog meer in detail te laten zien hoe Foucauld zijn broederlijkheid beleefde met de mannen en vrouwen die hij liefhad, niet alleen gedurende één dag, maar elke dag tijdens de laatste jaren van zijn leven. Honderden mensen kwamen naar wat hij noemde “de fraterniteit” in de tijd dat hij nog droomde van het ‘groeperen van de discipelen’, maar waar hij altijd alleen is gebleven.

In de beginjaren registreerde hij alleen op losse blaadjes de namen van de begunstigden van zijn aalmoezen en van zijn kleine geschenken. Die namen zijn niet in de editie van de notitieboekjes te vinden zijn. Dit is niet onbelangrijk, omdat ze ons honderden mensen leren kennen die hij in de beginjaren heeft ontmoet. Daarentegen tijdens de laatste drie jaar heeft hij hun naam elke dag opgetekend. Zo kunnen we natellen dat er een paar namen honderden keren voorkomen. Deze cijfers zijn belangrijk om het belang van de ontvangen bezoeken te begrijpen, waarbij dan nog de bezoeken moeten gevoegd die hij zelf aan de een en de ander zal brengen.

Hij die in zijn beginjaren zich niet verder dan honderd meter verplaatste, aarzelt niet langer om kilometers ver te gaan om zieken te bezoeken, maar ook om hun nieuwe huis te bezichtigen of hun tuin te zien, terwijl hij het erg druk heeft door zijn taalkundig werk, zijn gebedstijden en zijn overvloedige correspondentie. Ik wil graag bewijzen dat hij niets doet om hen te bekeren, zelfs als hij daar nog een paar keer over hen praat. Hij weet het zijn plicht om voor hun heil te werken, zoals voor het zijne, door van hen te houden zoals ze zijn en zoals Jezus hen bemint. Dit is de manier waarop zijn zorg voor de redding van iedereen wordt uitgedrukt in de dagelijkse lijsten van zijn notitieboekjes en ook in zijn zeldzame persoonlijke geschriften of in bepaalde brieven.

Ik leer dus om deze personen te tellen en ben verrast te ontdekken dat velen nog in leven waren toen ik in Tamanrasset en op de Assekrem aankwam in 1955 en zelfs veel later.

Natuurlijk heeft hij nog iets te zeggen voor onze kerk en voor de wereld, ook al is niet alles nieuw. De officiële en universele erkenning van zijn heiligheid zal een goede versterking betekenen voor al diegenen over de hele wereld die naar hem refereren en vooral voor de bisschoppen, priesters, leken en religieuzen die door hem geïnspireerd waren en die verdwenen zijn na de rol die zij in de wereld hebben gespeeld. Bovenal zal het een appel zijn voor de jongeren die niet langer geïnteresseerd waren in deze getuige uit een andere eeuw.

Ja, dank aan Franciscus, onze paus, die zijn brief had kunnen eindigen door Franciscus van Assisi te citeren, maar die ons tevens sprak over Charles de F. alsof hij hem een belangrijke rol voor de toekomst van de kerk en de wereld wou geven na de universele pandemie waardoor zijn heiligverklaring wordt vertraagd. We hebben nog nooit zoveel over onze Zalige (Ch. de F.) gesproken als in de voorbije tijd met de dood van Mgr. Teissier, op de dag zelf van zijn feest. De ambassadeur van Algerije in Frankrijk sprak profetische taal door hem als heilige en vooral als landgenoot te bestempelen. De heiligverklaring zal niet veel toevoegen aan de ceremonies in Lyon en in N-D van Afrika. Velen hebben het tijdschrift “En Dialogue” nr. 14 over Charles de Foucauld en de moslims kunnen zien dat net voor deze gebeurtenissen werd uitgebracht.

Ik moet toegeven dat de veroudering mijn mobiliteit niet verbetert, zelfs binnenshuis, ondanks de fysiosessies in de buitenlucht. De gebeurtenissen nemen meer tijd in beslag dan mijn werk over Foucauld. Het te verre perspectief van het verschijnen van mijn boek moedigt me niet aan om te werken, zelfs niet om de vragen te beantwoorden die van overal komen, inbegrepen deze van Tamanrasset en elders in Algerije, die mij verplichten te antwoorden op detailpunten die mij niet verwijderen van zijn geschiedenis.

Aan iedereen een vrolijk Kerstfeest en een beter jaar 2021.
Antoine

PDF: Alles is genade. De laatste brief van Antoine CHATELARD – NL