Paasbrief 2020 aan de broeders uit de hele wereld. Eric LOZADA

Filippijnen, 12 april 2020

Ik ben verrezen en ik ben altijd met jullie. Alleluja. (cf. Ps 139, 18)

Beminde broeders,

ik schrijf je vanuit mijn hermitage, in afzondering zoals velen onder u. Deze opgelegde opsluiting is een uitzonderlijke uitnodiging tot trouwe en intense dagelijkse aanbidding, meditatie van het Evangelie, woestijndag, levensherziening, gebed voor de wereld, heel bijzonder voor de armen. Een leven gekenmerkt door eenzaamheid en gebed is onze nederige daad van liefde voor de wereld in pandemie gehuld.

Als ik door mijn raam kijk, bemerk ik tekenen van nieuw leven in de natuur. Het is droog en vochtig hier, maar de vogels fluiten hun uniek repertorium liederen, de vlinders vliegen zacht van bloem tot bloem op zoek naar nectar, de bomen staan groen en geven schaduw in de drukkende warmte. Het is prachtig hoe de natuur haar eigen manier heeft waarop ze de verijzenis aankondigt! Geen zorgen, volledige overgave aan God die zich er om bekommert. Wij, mensen, geacht een superieur ras te zijn omwille van ons verstand, verzwakken systematisch het vertrouwen in God van dag tot dag en we rekenen des te meer op onze egoïstische gedachten. Deze gedachten zijn eveneens de oorzaak van geweld, van haat en van wantrouwen. De verrijzenis biedt ons vergeving, liefde en vertrouwen aan. De wereld moet kiezen.

Wij zitten in verplichte gemeenschappelijke quarantaine tot 3 mei, maar de priesters ontvangen vrijgeleiden voor liturgische en caritatief werk. Ik maak er elke dag gebruik van om bezoek te brengen aan personen waar ik uitgenodigd word om stervenden en families in rouw nabij te zijn, om de dialoog in families te vergemakkelijken, om voedsel en geld te schenken aan zij die afgewezen zijn. Iemand spoorde mij aan om mensen nabij te zijn in hun onmacht, vooral wanneer ze niet naar de kerk konden om te bidden. De Aanwezigheid

(van God) die door mijn aanwezigheid wordt gebracht, is voor hen een rustgevende en versterkende balsem. Ik ben er evenwel heel aandachtig voor om de hygiënische protocollen te volgen en de nodige afstand te bewaren, teneinde niet meer schade te brengen in de communiteit. Vanmorgen kwam mijn vriend Lemuel uitgehonderd naar mijn hermitage, met verwilderde blik. Hij vroeg eten voor zijn vier jonge uitgehongerde kinderen. Lemuel werd ontslagen. Door hem wat levensmiddelen te schenken voel ik mij gelukkig, maar ik merk ook de onzekerheid in zijn ogen.

Na het gebed deze morgen, kijk ik langdurig naar de wereldkaart aan mijn wand. Mijn ogen zijn gericht op de vier continenten: Afrika, Europa, Azië, de beide Armerika’s. Het virus is inderdaad een volledige gelijkmaker, want de rijke en de arme landen lijden aan hetzelfde lot. Ik zie de gezichten van geneesheren, verplegenden, patiënten, hun ongeruste en verschrikte families, allen worstelend voor het leven. (Terwijl ik schrijf, krijg ik het nieuws dat mijn zus die als verpleegster werkt in de Verenigde Staten, positief getest is op Covid. Haar familie is ook bedreigd.)

De wereld maakt zijn passietijd door. Ik zie overal gezichten van onmacht, van schrik, van tristesse, van haat, van geweld in meerdere vermommingen. Ik vraag mij af wat daarin vandaag de boodschap van de Verrezen Christus is aan onze wereld? Waartoe nodigt God ons uit om te zien? Waar leidt Hij ons heen? Betekent de verrijzenis dat Hij ons van dit alles zal redden? Wat is het antwoord van God op zijn volk in pandemie? Hoe kun je de zachte boodschap van de opstanding horen temidden van het overweldigende nieuws van dood, lijden, conflicten? Waar is de weg naar hoop en nieuw leven in deze moeilijke periode?

Broeders, wil met mij mee lijden omwille van deze vragen. Ik heb jullie nodig, we hebben elkaar nodig, de mensen hebben ons nodig. De verrijzenis is geen goedkope vreugde en haar boodschap bevat ook verzachtende woorden om ons van onze kwellingen te redden. We moeten onze oren spitsen en onze harten verruimen om de Boodschap te horen. We strijden met God om antwoorden, ook als zijn antwoord verborgen is in zijn zwijgen.

Ik vind dat de lezing van het verrijzenisverhaal volgens Johannes dit jaar een Kairos is. Sommige details bij Johannes kunnen ons helpen de Boodschap te zien en te horen. Maar aangezien ik niet goed gevormd ben in Bijbelse hermeneutiek, zal ik een biddende reflexie van de tekst doornemen. Wees genereus als het je naïef lijkt.

Laat me drie dingen benadrukken. Ten eerste, Johannes spreekt over de opstanding als plaatsvindend ‘op de eerste dag van de week, als het donker is’ (Johannes 20, 1a). De opstanding ontspringt aan de fundamenten van onze mensheid en wereld, die leeft in de duisternis van onwetendheid. Het herinnert ons aan Genesis toen de wereld donker en vormeloos was en de Geest boven de donkere wateren zweefde. Toen zei God: “Laat er licht zijn en er was licht” (Gen 1: 2-3).

Vandaag is de wereld in het duister van de pandemie. De toekomst ziet er voor velen nog somberder uit. Hoe zullen bedrijven, de overheid en de mensen ooit kunnen recupereren? Vinden onze strategische planning, onze optimistische prognoses de remedie en voldoende licht om ons een mooie toekomst te bezorgen? Te midden van de totale duisternis waar de grondslagen van de wereld door elkaar geschud lijken, barst het Licht van Christus, uit. Kunnen we het zien? Het ‘zien’ zal niet komen uit onze menselijke logica, want hetzelfde fenomeen wordt gemakkelijk gecapteerd door de duisternis. Het licht komt van de verrezen Christus zelf. Zal God ons behoeden voor dit kwaad? Helemaal niet, want het kwaad doet wat het doet. Wel is het God die redt. Hij bevestigt uiteindelijk de deugdzaamheid, de goedheid en de trouw als wij door het kwaad en het lijden heen gaan, juist zoals hij het bij Jezus heeft gedaan. Uiteindelijk zijn het God en de verrezen Christus die het kwaad en de dood beheersen. Dat is ons credo. We hoeven alleen maar vertrouwen te hebben in zijn waarheid en deze elke dag opnieuw te beleven.

Ten tweede wijst Johannes er ons op dat Maria van Magdala de eerste was die het graf open zag. (Joh. 20, 1b) Ze was bedroefd omdat ze nog geen verband kon leggen tussen het open graf en de opstanding. Pas na het huilen zag ze de Verrezene (vgl. Joh. 20, 11 e.v.). Het is een uitnodiging voor ons om onze realiteit te zien door de zachte lens van het vrouwelijke – in verdriet en in tranen. Deze twee bereiden het hart voor op een waar visioen. Er zijn veel dingen waar we vandaag verdrietig over zijn. We zijn in tranen omdat we op de een of andere manier deel uitmaken van deze gewonde, gebroken en gewelddadige wereld en in veel opzichten hebben we bijgedragen aan dit geweld en de kwetsuren ervan.

Uiteindelijk vertelde Maria aan Petrus en Johannes wat ze had gezien. Petrus en Johannes zagen hetzelfde. Petrus zag. Johannes zag en geloofde. Ze begrepen nog niet de volle betekenis van de opstanding (vgl. Joh 20, 2-9). Dit detail leert ons dat we, om een ​​nieuw leven te ervaren, elkaar moeten ontmoeten en samen moeten wandelen als één gemeenschap van zoekers naar de waarheid. Onze realiteit is een gedeelde visie en niemand monopoliseert het geheel of maakt zijn aandeel in het geheel absoluut. Iedereen draagt ​​ertoe bij. Elk gelooft dat de ander iets kan bijdragen. De waarheid maakt ons nederig, want in plaats dat wij ze bezitten, bezit zij ons. De waarheid ligt nog steeds buiten ons. We hebben dus ieders bijdrage nodig. De waarheid is een gratis geschenk dat zich onthult aan een dynamische gemeenschap van pelgrims die met hoop op zoek gaat. Helaas wordt macht in onze postmoderne wereld verward met waarheid. Zo wordt men van zijn kant arrogant en verabsoluteert men zijn deel tot de hele waarheid. Het is eenzelfde mentaliteit die oorlog en geweld veroorzaakt. De opstanding daarentegen geeft vrede en vergeving. We moeten kiezen.

Broeders, wij gaan vandaag verder in het zoeken om de waarheid in de Verrezen Heer met elkaar te delen door de eenzaamheid van het gebed en door onze broederlijke en missionaire activiteiten. Broeder Charles toont ons een weg. Hij gaat ook met ons mee in ons verlangen om Jezus van Nazareth te volgen, om een universele broeder te worden, om Nazareth te beleven, om mee te leven met de armen, om ons leven te herzien, om het evangelie uit te schreeuwen door onze levenswijze, om ons als schapen te voelen in onze zending naar de periferie, om het evangelie te beleven nog voor we het preken. Dat is onze spiritualiteit als diocesane priesters in het spoor van broeder Charles. Het is vandaag ook ons geschenk aan de wereld en aan de Kerk. Wat dit geschenk betreft, het is geen verdienste: we moeten het geschenk telkens weer bijsturen door de praktijk. Hierin zijn we allen beginnelingen en samen strijdmakkers. We moedigen elkaar aan om voort te doen en om terug te keren naar onze praktijk.

Mijn nederig gebed voor elk van jullie. Bid ook voor mij.

Eric LOZADA

(Vertaald uit het Frans door Guido DEBONNET)

PDF: Paasbrief-2020-Eric-LOZADA-verantwoordelijke-neer

Reacties zijn gesloten.