Tekst 4. Onze wijze van evangeliseren

Fernando Tapia, Chili

Als diocesane priesters delen we met de hele kerk de enige missie die zij heeft: evangeliseren. Paus Franciscus heeft ons hiervoor een heel duidelijke leidraad gegeven in zijn apostolische aansporing “Evangelii Gaudium”. We maken deze richtlijnen tot de onze en proberen er inspiratie uit te halen voor ons evangelisatiewerk in onze parochies, gemeenschappen, christelijke opleidingscentra, zorgcentra voor de armsten, enz.

Hoe dan ook, de vraag kan gesteld worden of wij als priesters van de Fraterniteit JESUS CARITAS, een aantal eigen accenten kunnen ontwikkelen die ontstaan uit het charisma en de spiritualiteit van broeder Charles. Wij denken van wel. Hier zijn dan enkele van deze accenten.

1. HET MYSTERIE VAN DE INCARNATIE

Onze manier van evangeliseren wordt allereerst gekenmerkt door het mysterie van de incarnatie, een mysterie dat broeder Charles fascineerde en dat aan de basis ligt van zijn spiritualiteit:

“De incarnatie is geworteld in Gods goedheid. Maar vóór alles is er een ding dat zo prachtig, briljant en verbazingwekkend in het oog springt dat het als een oogverblindend teken schijnt: het is de oneindige nederigheid die een dergelijk mysterie omringt. God, de Zijnde, de Oneindige, de Perfectie, de Schepper, de immens Almachtige, de soevereine Heer van allen, die mens wordt, die zich verenigt met een menselijke ziel en lichaam en die op aarde als een mens verschijnt, als de laatste van de mensen” (Br. Charles, Geestelijke geschriften, p. 49.)

De Incarnatie voltrekt zich altijd in een bepaalde tijd, plaats en cultuur. Broeder Charles maakte er hard werk om de cultuur, de taal, de gewoonten, de poëzie, enz. van de Toeareg te kennen. We willen altijd rekening houden met de historische context en met de kenmerken van de tijd en de cultuur waarin we evangeliseren, omdat we ervan overtuigd zijn dat God zijn incarnatie verlengt in elk tijdperk en dat de verrezen Christus tot ons blijft spreken door de tekenen van de tijd, om ons uit te nodigen Zijn Koninkrijk van het Leven verder uit te bouwen.

Gezien het feit dat Christus de wereld binnenkomt via de “deur van de armen”, zoals aartsbisschop Enrique Alvear zei, willen ook wij graag door deze deur binnengaan in ons werk van evangelisatie en van daaruit het Evangelie aan iedereen verkondigen.

2. DE PERIFERIEËN

In de geest van beschikbaarheid voor onze bisschoppen willen we ons prioritair wenden tot de meest verlaten en afgelegen plaatsen van de kerk. De geografische of existentiële periferieën, zoals paus Franciscus het zegt. Het zijn grensplaatsen: gemarginaliseerde bevolkingsgroepen, afgelegen gebieden, vluchtelingenkampen, migranten, drugs-verslaafden, vrijheid beroofden, de uitgeslotenen in het algemeen. Deze nabijheid zal ons toelaten om de kreet van de armen die soms erg zwak, maar ook soms luid klinkt, te horen en er ons in te mengen. Gebruikmakend van de arme middelen, in principe door onze eigen vriendelijke en barmhartige aanwezigheid.

Broeder Charles zegt ons:

‘Voor mij is het altijd zoekend naar de laatste van de laatste plaatsen, om zo klein te zijn als mijn Meester, om bij hem te zijn, stap voor stap achter hem aan te gaan, stap voor stap, als trouwe dienaar, een trouwe discipel en – want in zijn oneindige, onvergelijkbare goedheid is Hij het waard zo te spreken – als een trouwe broer en een trouwe echtgenoot.” (Br. Charles, Geestelijke geschriften, p. 68).

“Dit goddelijke banket, waarvan ik de bedienaar ben, moet niet worden aangericht voor broeders en verwanten of rijke buren, maar voor de lamme, de blinde, de meest verlaten zielen en degenen die geen priesters hebben… Ik heb toestemming gevraagd en gekregen om me in de Algerijnse Sahara te vestigen. (Idem, p.80).

Als we naar meer welvarende plaatsen worden gezonden, willen we maatschappelijk bewustzijnswerkers en bruggenbouwers zijn tussen de rijken en de realiteit van de armen.
We komen als vrienden en broers van de armen. We ontdekken God die al aanwezig is in hun kreten en aspiraties. We laten ons op onze beurt door de armen evangeliseren en ons ministerie door hen verrijken.

3. HET PERSOONLIJKE GETUIGENIS

Overal, maar vooral op de gemarginaliseerde plaatsen, willen we prioritair evangeliseren door middel van een getuigenis van het leven in plaats van met toespraken. Dit getuigenis is gekenmerkt door nabijheid, eenvoud, verwelkoming, vriendelijkheid, belangstelling voor wat er met de andere gebeurt, concrete dienstbaarheid, innerlijke vreugde. Broeder Charles schreef aan een vriend:

“Je wilt weten wat ik kan doen voor de inboorlingen. Het is niet mogelijk om met hen rechtstreeks over Onze Heer te spreken. Dat zou ze wegjagen. We moeten hen vertrouwen inspireren, vrienden van hen maken, hen kleine diensten bewijzen, hen goed advies geven, bevriend met hen raken, hen discreet aansporen om hun natuurlijke religie te volgen, hen laten zien dat christenen van hen houden. (Idem, p. 84).

Reeds tijdens zijn retraite in november 1897, had hij deze manier van evangeliseren met deze uitspraak geformuleerd, woorden die hij in de mond van Jesus legde: “Volbreng uw roeping: verkondig het Evangelie van de daken, niet met uw woorden, maar met uw leven.”

Dit wil niet zeggen dat we het Ministerie van het Woord moeten verwaarlozen. We weten dat dit een essentieel onderdeel is van onze zending, namelijk het wekken en het voeden van het geloof: ‘Geloof komt door de prediking en de prediking door het woord van Christus’ (Rom. 10, 17). Het Tweede Vaticaans Concilie maakt dit duidelijk in het decreet over “Het ministerie en het leven van priesters”: “Het woord van de verlossing wekt het geloof in het hart van de niet-gelovigen en versterkt het in dat van de gelovigen, en met het geloof start en ontwikkelt zich de gemeenschap van de gelovigen.”(“Presbyterorum Ordinis, nr. 4.)

4. ONZE KEUZE VOOR DE FRATERNITEIT

Door onze keuze voor broederlijkheid, geven we de voorkeur aan teamwork met andere priesters – al dan niet tot onze Fraterniteit behorend – met religieuzen, diakens en leken. We willen meer broeders zijn dan tirannen, leraren of heren, zoals het Concilie het uitdrukt: “Priesters leven met andere mensen als broeders.” (Presbyterorum ordinis, nr. 3) Broeder Charles is het Concilie in dit verband voor geweest wanneer hij werk met de leken zoekt te bevorderen en te waarderen:

“Naast de priesters zijn de Priscilla’s en Aquila’s noodzakelijk om degenen te ontmoeten die de priester niet ontmoet, om door te dringen tot waar hij niet kan doordringen, om naar degenen te gaan die hem ontvluchten, om te evangeliseren door weldoende contacten, met een overvloed aan goedheid, een genegenheid die altijd klaar staat om zichzelf te geven, een goed voorbeeld dat degenen aantrekt die de priester de rug toekeren en principieel vijandig tegenover hem staan.” (Assekrem, 3 mei 1912).

Om dezelfde reden willen we tijd spenderen aan de vorming van de leken, aan hun spirituele begeleiding en aan het ondersteunen van vormen van broederlijke gemeenschappen, en dit met respect voor het ritme van elke persoon.

Evenzeer geloven wij dat onze optie voor fraterniteit een valorisatie is van een manier van leven: een universele broederschap, gekenmerkt door vriendschap, wederkerigheid en dialoog.

Evenzeer leidt onze keuze voor fraterniteit ons ertoe om de deelname van de leken aan het pastorale management van onze parochies te bevorderen, en om elke vorm van autoritarisme en klerikalisme van onze kant en elke vorm van passiviteit van de kant van de leken te vermijden. Het bestaan van Pastorale Raden, Adviescomités voor economische zaken, Teams om de verschillende pastorale sectoren te animeren, Parochieraden, Pastorale plannen die samen worden uitgevoerd, enz. zouden het onderscheidend kenmerk moeten zijn van de parochies of van de pastorale structuren die aan onze zorgen zijn toevertrouwd.

5. GEESTELIJK LEVEN EN EUCHARISTIE

Deze manier van evangeliseren impliceert voor ieder van ons een zeer diepgaand geestelijk leven dat ons ertoe brengt Jezus in de evangeliën te contempleren. Zo worden we meer en meer met Hem geconfigureerd, dankzij de actie van de Heilige Geest in ons. Het zal ons in staat stellen om in de dynamiek van de “kenosis” te treden, de afdaling, de verlatenheid, de onteigening, eigen aan het mysterie van de Incarnatie. Dit sluit in dat we omwille van Hem afstand doen van veel dingen, uit trouw aan het Evangelie: vooroordelen, materiële goederen, prestige, zoeken naar macht, veiligheid, enz. De Heilige Geest zal ons de innerlijke vrijheid geven om nieuwe wegen en ruimten te vinden in de taak van het evangeliseren van de Kerk, steeds zoekend naar de wil van de Vader, met oneindig vertrouwen.

Onze missionaire dynamiek, vooral om de moeilijkste plaatsen te bereiken en het er uit te houden, wordt ondersteund door de viering van de Eucharistie, door de dagelijkse aanbidding en door de andere middelen van geestelijke groei die typisch zijn voor onze Fraterniteit. Ze helpen ons om ons bewust te worden van Gods oneindige liefde voor ons, van zijn trouw en zijn barmhartigheid, en geven ons energie voor onze missie.

De Eucharistie moet voor ons een manier van leven worden, gekenmerkt door het delen van het brood, van persoonlijke verhalen en van het woord, zelfs met mensen uit andere religieuze tradities.

Een soortgelijke spirituele ervaring moet worden bevorderd onder de leken als we onze parochies willen transformeren naar de zendingsoriëntatie die paus Franciscus wil: een kerk onderweg die zonder angst om gekwetst of bevuild te worden door de modder waarop ze stuit, op zoek gaat naar degenen die veraf staan en die afgewezen worden door de samenleving. (Paus Franciscus, Evangelii Gaudium, nr. 28)

Aan de andere kant stelt de Eucharistie ons open om deel te nemen aan het steeds groter wordend kerkelijke lichaam. We willen ons er terdege van bewust zijn dat evangelisatie een gedeelde missie is, samen met het hele bisdom en met de universele kerk. Als diocesane priesters willen we ons als eersten sterk betrokken weten bij het presbyterium, met zijn bisschop aan het hoofd, ter ondersteuning van de uitvoering en de implementatie van de bisdomprojecten waaraan we bijdragen door ons charisma en onze pastorale accenten.

VOOR PERSOONLIJKE REFLECTIE EN GEBED.

  1. Wilt u een punt toevoegen aan dit document?
  2. Evolueert mijn pastorale structuur (parochie, opleidingscentrum, enz.) volgens deze oriëntatie?
  3. Wat moet onze persoonlijke levensstijl kenmerken om in overeenstemming te zijn met deze manier van evangeliseren?

PDF: Tekst 4 – Onze wijze van evangeliseren – NL